Week 29 – Op zoek naar elkaar

Verbondenheid.

‘Wij zijn gemaakt voor verbondenheid met anderen.’ ‘Dat is wat ons leven richting en zin geeft, en als het daaraan ontbreekt, lijden wij daaronder.’

Deze twee zinnen uit het boek ‘De kracht van kwetsbaarheid’ hebben mij vanaf het moment dat ik ze las in de greep gehouden. Gelijk was ik ervan overtuigd dat dit in onze wereld zo werkt. Als mensen zijn wij immers allemaal zoekende. Elke dag opnieuw. Zij het naar nieuwe wegen, veiligheid, relaties of geluk. Elk moment en elke levensfase staat in het teken van die betekenisvolle zoektocht naar verbinding tot elkaar.

Het moment waarop ik mijn stage beëindigde en de studies waar ik van hield een halt toeriep, werden overheerst door de laatste woorden van hierboven. Op dát moment deed het ontbreken aan verbondenheid juist misschien wel het meeste pijn. Veroorzaakt door het plots ineenzakken van de veilige grond onder je voeten en het gevoel ontaard te zijn. Welke kant moet ik nu op en wat is datgene waardoor ik mij nog enigszins nuttig voel in deze maatschappij?

Hetzelfde gevoel overheerst denk ik op momenten waarop mensen puur en alleen op zichzelf worden aangewezen. Momenten waarop geen enkel mens je verder kan helpen. Gewoonweg omdat er eerst alleen voor jou een les te leren valt.

Als ik nu terugkijk op die verleden tijd, valt mij iets opmerkelijks op. Namelijk dat ik mijn ervaringen op emotioneel gebied heb gebaseerd op fundamenten die er in werkelijkheid niet geweest zijn. In die zin dat ik de verbondenheid met anderen geen moment verloren ben. Dat het daaraan echt niet heeft ontbroken. En dat er nieuwe kansen, nieuwe mogelijkheden aan alle kanten lagen te wachten. Wachtend op het moment dat ik opnieuw het heft in eigen hand nam.

Kwetsbaarheid is voor mij juist dé brug geweest naar nog meer verbondenheid. Een welkome verbinding die ik sindsdien dagelijks mag koesteren. Op je kwetsbaarst leer je naar hele andere kanten van het leven kijken. Realiseer je je opeens dat alles aaneensluit, aaneenschakelt. Dat zelfs als alles om je heen veranderd is, je meer jezelf kunt zijn dan je ooit geweest bent. Sterker nog: ooit had gedacht.

En soms moet je juist even loskoppelen om weer te kunnen genieten van je eigen gezelschap. Ook helemaal oké. Want ook dat geeft vrijheid. Vrijheid die je wordt aangereikt door datgene te doen wat je op dat moment kunt. Pfoeh, als ik geweten had hoeveel vrijheid loslaten geeft, had ik nooit zo lang hoeven vasthouden.

Zijn wij mensen dan ooit klaar met zoeken? Ik denk het niet. En dat hoeft van mij ook niet, zolang het maar goed voelt om te gaan in de richting van dat innerlijk kompas. Je onderbuikgevoel dat vrijheid gegund wordt door het proces van loslaten. En dat stukje jou wat soms wat extra moed vraagt om te delen en te laten zien.

Ik hoop dan ook vooral dat we dat blijven doen. Blijven uitkijken naar elkaar, al lopen onze wegen soms kriskras door of uit elkaar. Bruggen bouwen doe je nou eenmaal niet in je uppie. Dat doen we samen.

Week 28 – ‘Koudwatervrees’

Koudwatervrees2

Bron foto.

De definitie van koudwatervrees luidt ook wel: ‘overdreven terughoudendheid of angst bij het beginnen met iets nieuws’. Op mijn manier zou ik dit begrip als volgt uitleggen: het gevoel hebben te worden overspoeld door alle golven van de dag. Het moment waarop je jouw eigen stroming uit het oog verliest, omdat je deze niet meer van anderen kunt onderscheiden. Want welke golven zijn immers nu nog de jouwe en waar zijn zij gebleven?

Ik ben ervan overtuigd dat wij dit gevoel allemaal in een bepaalde fase van ons leven tegenkomen. Een reden des te meer voor mij om erover te schrijven. Ergens vind ik koudwatervrees namelijk een heel logisch iets. Als je langzaam je gezette voetstappen in het zand des levens uitgewist ziet worden – door de simpele eenvoud der getijden – roept dat immers een reactie van onzekerheid op. En dat is niet voor niets. Want je bent plots weg de weg, je plan of de koers kwijt. HELP!

Niet zo gek dat je lichaam dan besluit in een primaire reactie stand te schieten. Dat kan vechten of vluchten zijn. De een besluit simpelweg te vluchten door het strand direct te verlaten. Een ander vecht liever en besluit zo de golven achterna te gaan. Haastig op zoek naar nog enig overgebleven spoor. Vluchten door in die zin de handdoek in de ring te gooien. Of Vechten door het besluit te nemen de kop boven het zand te houden.

Op het moment dat IK plots werd overvallen door angst (lees gisteren), drong dit in eerste instantie nog niet zo tot me door. Sterker nog was het vandaag pas dat het woord koudwatervrees tijdens het douchen (geen grap) mij te binnenschoot. Wat dat betreft herken ik onmiddellijk de vluchter in mij. Degene die niet van plan is onzekerheid of angst zomaar onder ogen te komen.

En toch wist ik intuïtief ergens dat er sprake moest zijn van wat wij als mensen ‘koudwatervrees’ noemen. Waar dat gevoel opeens vandaan kwam? Het begon denk ik op het moment waarop ik gisteren met hele mooie vrouwen over het thema passie sprak. Een middag waar ik letterlijk ogen heb zien oplichten. Gezichten heb zien stralen op de momenten waarop het gesprek over ware passie ging. Het waren die korte, betekenisvolle seconden waar ik door werd geraakt.

Ineens spookten toen de volgende vragen door mijn hoofd: ‘Is mijn nieuwe studie straks wel datgene waar mijn ogen van gaan stralen?’ ‘Licht mijn gezicht op als ik daarover praat?’ ‘Is dat hetgeen waar ik onuitputtelijk voldoening uit haal?’ ‘Hetgeen waar ik nauwelijks energie voor nodig zal hebben?’ Waar ik twee weken geleden nog zo zeker sprak over mijn sprong in het diepe, was daar ineens grote twijfel. Twijfel die als een vloedgolf over mij werd heen gestort, zonder dat ik daar aan wist te ontsnappen.

Tenminste, dat was wat ik gisteren nog dacht. Gelukkig is daar vandaag namelijk de vechter in mij die eigenlijk nog iets wilt mededelen: ‘Hoi koudwatervrees! Ik zie dat je er bent.’ Zij die weet dat bovenstaande vragen erg goed zijn in het aanpraten van angst. En tegelijkertijd weet dat het juist die vragen zijn die nu nog niet volledig beantwoord kunnen worden. Mijn sprong komt namelijk nog. ‘Waar een nacht zonder veel slaap al dan niet goed voor is.’ denk ik dan bij mijzelf. Het heeft mij namelijk gelukkig wel een nieuw inzicht opgeleverd: ja, deze vragen zullen bij vloed ernstig dichtbij komen. Maar zij zullen zich zeker ook net zo goed bij eb weer terugtrekken.

Koude watergolven voelen zwaar, in die zin als je ze van tevoren niet ziet aankomen. Als je ze nog niet eerder hebt leren kennen of hebt ontmoet. Op dat moment is koudwatervrees datgene wat je als iets nieuws en onbekends overvalt. En dan blijkt het ook nog eens als een gek te stromen!

Toch is zo’n koude stortvloed – als je langer kijkt – ook heel verfrissend. Ja, het laat je schrikken. Ja, het laat je een andere kant op denken. Maar belangrijker nog: het laat je passie in jezelf weer even stromen. Immers is datgene waar je aan denkt op het moment dat je voor een immense oceaan staat, altijd iets wat je zo lief hebt. Wat je kunt samenvatten in het woord ‘passie’ en jou elke keer weer weet te raken. Zelfs als dat in vorm van een ijskoude douche blijkt te zijn. Ook dat overleef je. Echt.

Wat mij betreft mag die koude stroom vaker mijn kant op komen. Dan kan ik daar -mij kennende – weer een stroom woorden aan wijden.

Liefs,

Soof